
Home > Montenegro > Gastvrij Montenegro! > Reisverslag dag 6
1 - 11 augustus 2014 (11 dagen)
Voor mijn ontbijt moet ik naar een ander hotel. Beide hotels zijn van dezelfde eigenaar. Ik loop de Mainstreet in en steek schuin het plein over om bij hotel Brile uit te komen. In de ontbijtzaal staat al een uitgebreid ontbijt voor mij klaar met omelet, fruit en yoghurt. Lekker na de dagen in de bergen. Na het ontbijt wandel ik terug naar mijn eigen hotel. Ik word hier opgepikt om naar het station van Kolašin te gaan. Terwijl ik nog op mijn kamer ben, wordt er al op de deur geklopt. De hotelmedewerker legt mij in half Engels, half Montenegrijn uit dat ik op moet schieten voor de trein. Ik pak mijn bagage en loop met hem mee, hoewel het nog altijd tien minuten voor het afgesproken tijdstip is. Beneden wacht de chauffeur. Hij lijkt ook nerveus. Snel rijdt hij mij naar het station. Het station ligt anderhalve kilometer buiten Kolašin. Na enkele bochten zie ik het gebouw al opdoemen. De chauffeur loopt met mij mee naar het perron. Hij wil iets uitleggen in gebrekkig Engels over de kaartjes en is duidelijk opgelucht dat ik aan vul dat ik al weet dat ik de kaartjes in de trein moet kopen. Hij roept over het perron naar enkele stationmedewerkers hoe laat de trein gaat. Ik blijk ruim een half uur te vroeg op het station te staan.
Dit geeft mij de gelegenheid te kijken naar families die ook arriveren voor de trein. Als ik het geluid van de trein hoor naderen, ga ik naar het perron. Ik zie de trein uiterst rustig het station binnen rijden. Ik vind een coupé waar nog plek is. Direct als de trein zich in beweging zet, zie ik een diepe vallei aan mijn rechterhand. De trein rijdt over een enkel spoor track hoog door de bergen. Regelmatig duikt de trein een spoortunnel in. Op sommige trajecten zijn er volgens mij meer tunnels dan open trajecten. Onderweg doet de trein ieder stationnetje aan. Na anderhalf uur arriveert de trein bij het vlakkere landschap en rijdt de trein uiteindelijk Podgorica binnen. Een meisje tegen over mij wijst mij op het naderen van mijn eindbestemming. Op het perron tref ik Vlado weer. Hij vertelt dat hij contact gehad heeft met Montenegro airlines. Zij gaven aan dat er veel problemen zijn met bagage vanuit Italië. Momenteel zijn er meer dan 200 stuks bagage zoek. Dit zijn er teveel om in één vlucht mee te nemen naast de reguliere bagage. Vlado bereidt mij voor dat er een kans bestaat dat mijn bagage helemaal niet meer voor maandag arriveert. In dit geval wordt de bagage weer naar Nederland getransporteerd. Zucht! Terwijl ik dit bericht verwerk, volg ik hem naar de auto. We rijden snel de hoofdstad uit. Vlado grapt nog dat als toeristen vragen wat ze in Podgorica kunnen doen, hij ze adviseert een pub op te zoeken en bier te bestellen. Meer is het niet. Ik zet koers naar de voormalige hoofdstad, Cetinje. Cetinje was tot de Eerste Wereldoorlog de hoofdstad van het Koninkrijk Montenegro. Na de oorlog ging Montenegro deel uit maken van het Koninkrijk van Serviërs, Kroaten en Slovenen, het latere Joegoslavië. Vele oude gebouwen en ambassades uit de 17de eeuw, doen tegenwoordig dienst als museum. Ik wandel door het kleine centrumpje. Via het rood gekleurde voormalige paleis van koning Nikola Petrovic en de oude hofkerk, kom ik bij het klooster van Cetinje. Binnen bezoek ik de prachtige fresco's in het kleine kapelltje. Voordat ik de bergen in ga van het Lov?en National Park, bestel ik snel een lunch op een terras. Boven de stad hangen donkere wolken en de donder klinkt al in de verte. Het is niet de vraag of het gaat regenen, maar wanneer. Voor de zekerheid ga ik op zoek naar een eenvoudige poncho in de winkeltjes. Als dit niet lukt, neem ik genoegen met een stevige paraplu. Daarna rijdt Vlado mij naar het mausoleum van Njegoš, een belangrijke prins-bisschop van Montenegro. Een kronkelige weg leid mij hoger en hoger het natuurgebied in. Het mausoleum ligt op de één-na hoogste berg van Lov?en. Op de parkeerplaats bij het mausoleum neem ik afscheid van Vlado.
Ik zie hem weer over twee dagen in Kotor. Ik beklim de 461 treden naar het mausoleum op 1.650 meter hoogte. Een deel van deze trap gaat door de berg heen. Vanaf de top heb ik een wijd uitzicht over de omgeving. In de diepte zie ik ook Cetinje liggen. Aan de hoeveelheid water te zien heeft het hier behoorlijk geregend. Ik realiseer me nu pas dat ik de bui redelijk ontsprongen ben. Ik ga het mausoleum binnen, maar ben eigenlijk meer geïnteresseerd in het er achter gelegen uitkijkpunt. Hiervandaan heb ik zicht op het gehele Lov?en National Park. Als ik de afdeling weer in zet, breekt zelfs de zon weer een beetje door. Vlado heeft mij gewezen waar ik het hiking track moet nemen naar Njeguši. Een pad dat mij in zo'n tweeënhalf uur af laat dalen tot rond de 1.000 meter hoogte. Het kan niet fout gaan heeft Vlado mij nog gezegd. Alleen bij één niet te missen splitsing moet ik links aanhouden. Ik wandel het pad af tussen de bomen door en door grasweides. Door de recente regenval worden mijn schoenen al snel drijfnat. Ik voel het water ook tot mijn sokken doordringen. Als het pad een dorpje in loopt, bedenk ik mij dat ik nooit een splitsing gezien heb. Vertwijfeld kijk ik op de kaart. Sta ik nu voor de kerk in Njeguši of in Bukovica. Omdat ik niemand zie om het aan te vragen, loop ik door naar de doorgaande weg. Hier zie ik op de borden het dorpsplein dat ik in Njeguši ben. Ik zit toch goed. Aan het plein ligt ook een gezellig terrasje waar ik een drankje bestel. Ik vraag de ober naar mijn onderkomen. Hij verwijst mij naar een kleinschalig complex met tien kleine houten huisjes, ongeveer één kilometer verder langs de weg. Als ik daar even later het restaurant binnen stap word ik vriendelijk onthaald. Ik word naar mijn onderkomen gebracht. Een driehoekig huisje met drie bedden beneden en drie bedden boven. Eigenlijk is het maar goed dat ik geen bagage bij mij heb, want hier is nauwelijks plaats voor. Als ik `s avonds, na het eten weer terug kom bij mijn huisje, ontmoet ik twee Duitse reizigers. Zij staan met hun tent voor mijn bungalow en zitten op het bankje bij mijn huisje. We raken in gesprek en ze bieden mij een wijntje aan. Uiteindelijk blijf ik tot over elven zitten.