
Home > Roemenië > Rondreis Roemenië > Reisverslag dag 4
11-20 juli 2025 (10 dagen)
Op het terras bij het pension bestellen we een ontbijt vanaf de menukaart. Er wordt verschillende keren benadrukt dat het ontbijt niet inbegrepen is. Dit weten we. In het menu is koffie inbegrepen, maar cappuccino is extra. Hierdoor blijft alleen een broodje, croissant en jam over in het menu. Om negen uur vertrekken we. Er blijkt nog een vierde auto in de smalle strook naast het hotel te staan en een motor. Omdat de auto voor ons al weggereden is, kunnen wij net langs de voertuigen wegrijden. Aan de zuidzijde van Curtea de Arges bevindt zich het klooster van de stad. Hier staat ook een kleine orthodoxe kathedraal uit 1512. De kathedraal van het klooster staat afgebeeld op een bankbiljet van één Lei. Helaas staat ook deze kerk in de steigers. Hierdoor zijn de twee bijzondere spiraalvormige torens slecht zichtbaar. Binnen zijn fresco’s aangebracht en is de kerk gedecoreerd met veel gouden versieringen. Ook enkele pilaren zijn spiraalvormig. We lopen ook even het naburige klooster in. Hier kunnen we de kapelkerk bekijken. Ook deze kerk is prachtig. Curtea de Arges ligt aan de voet van het Fagaras gebergte. In de jaren zeventig van de vorige eeuw liet de toenmalige dictator Ceausescu een ontsnappingsroute aanleggen door het gebergte.
Via deze route kon hij eventueel ontsnappen bij een eventuele Russische invasie. Tegenwoordig behoort de Transfagarasan highway tot een van de mooiste bergwegen van Europa en is populair bij toeristen. Na enkele kilometers passeren we het bord van het begin van de bergpas. Ook staat hier gelukkig dat de pas open is. In de wintermaanden is de pas gesloten. Pas op 1 juli gaat de pas weer open. De eerste stop maken we bij het Poenari Castle. Via een trap met maar liefst 1480 treden kan de ruïne bereikt worden. De stenen trap is omgeven door het bos. Langs de trap staat schrikdraad. Dit moet de wilde dieren weg houden. De geldt vooral voor de bruine beer in dit gebied. Ook klinkt overal luid muziek uit luidsprekers. Ik vermoed dat dit ook bedoeld is om beren op een afstand te houden. Gestaag klim ik omhoog. Na een half uurtje bereik ik de ruïnes van het kasteel. Door de strategische ligging is ook het uitzicht over de omliggende bergen en het dal prachtig.
Het Poenari Castle werd oorspronkelijk gebouwd door de heren van Walachije in de late 13e eeuw. Het was toen een bescheiden verdedigingswerk, bestaande uit één stenen toren op een moeilijk bereikbare rotspunt. In de 15de eeuw werd het fort uitgebreid met meerdere torens en drie meter dikke muren. Door de ligging was het fort bijna onneembaar. In ongeveer twintig minuten daal ik weer af. Een klein stukje verder langs de Transfagarasan highway ligt het Vidraru-stuwmeer. Dit meer zorgt sinds 1966 voor de elektriciteitsvoorziening van de regio. Achter de 165 meter hoge dam ligt een enorm stuwmeer. Wanneer we verderop langs het meer enkele auto’s stil zien staan, blijkt er een beer langs de kant te zitten. Het dier hoopt iets te eten te krijgen. Het leefgebied van de beer wordt ingeperkt door de mensen, waardoor ze zich steeds meer laten zien in bewoond gebied. Dat dit niet ongevaarlijk is, bleek ruim een week geleden. Een motorrijder werd door een beer langs deze weg het ravijn ingetrokken. Hij heeft het niet overleefd. Langs de haarspeldbochten door het bos treffen we nog enkele beren aan.
Veelal met enkele auto’s rond hen. Via de scherpe bochten komen we hoger en hoger. Hier begint het weer te betrekken. Wanneer we nog zo’n tien minuten van de top van de bergpas zijn, breekt een flinke bui los. We bereiken de top via de kilometer lange Capra-tunnel. Het is hier druk. Iedereen stopt hier even. We rijden de auto een betaald parkeerterrein op. Een automobilist wil een paadje in om verderop, vermoedelijk gratis, te kunnen parkeren. Hij raakt hierbij, met een harde klap, een ijzeren buis. Zijn uitlaat breekt af. En dit om twee euro parkeergeld uit te sparen. Wanneer het net even droog is, lopen we naar een restaurant voor een lunch. Ook zijn er verschillende mogelijkheden om iets te kopen bij een van de kraampjes. Het is fris op ruim twee kilometer hoogte. Het is amper twaalf graden. Vanuit het restaurant hebben we uitzicht op het Baleameer. Dit meertje ligt ingeklemd tussen de omliggende bergen op 2.042 meter hoogte. Dat de prijzen in dit restaurant wat hoger zijn, nemen we voor lief. Al het eten moet tenslotte hier naartoe gebracht worden. Het regent weer wanneer we buiten komen. Een wandeling rond het meertje laten we zitten. De regen komt uit de bewolking die tegen de bergen omgestuwd wordt.
We zetten de afdaling in over het meest spectaculaire gedeelte van de Transfagarasan highway. Vanaf boven zijn de scherpe haarspeldbochten tot in het dal mooi te zien. Direct wanneer we afdalen klaart het weer op. Met een zonnetje rijden we het laatste stukje van de pas richting Cartisoara. Vanaf hier is het nog ruim een uurtje rijden naar onze overnachting in Alba Lulia. Ondertussen krijgen we tekst en uitleg via whatsapp hoe we het appartement kunnen betreden vanavond. Er wordt zelfs een video meegestuurd hoe we de gereserveerde parkeerplaats en ingang van het appartement kunnen vinden. Bij aankomst blijkt er een auto op onze plek te staan. Een omstander helpt om de eigenaar te bellen. Iedereen schijnt hier zijn telefoonnummer achter de voorruit hebben liggen. De sleutel van het appartement bevindt zich in een sleutelkastje. Het gebouw oogt oud. Met de kleine lift gaan we naar de tweede etage. Achter de deur bevindt zich een prima ingericht twee-kamer appartement. Alleen staan er twee tweepersoonsbedden. We dachten juist bij de boeking gelet te hebben op gescheiden bedden. Helaas. Het appartement ligt tegen de oude ommuurde vesting van Alba Lulia. Dit maakt het ongemak goed. ‘s Avonds wandelen we naar de vesting en bestellen iets te eten op een terras tegen de vestingmuur. Een mooi locatie terwijl het buiten langzaam donker wordt.