
Home > Kaapverdië > De eilanden van Kaapverdië > Reisverslag dag 4
19 - 27 maart 2022 (9 dagen)
Om vijf uur loopt mijn wekker af. Het is nog donker buiten. Ik hoor verschillende hanen in het dorp de nieuwe dag aankondigen. Zij hebben duidelijk ook de honden in het dorp gewekt. Ik was mijzelf bij de wastafel. De warmwater voorziening werkt met een grote ton op het dak. De ton wordt door de zon verwarmd. Aangezien er gisteravond al geen warm water meer was, heb ik geen hoop op een warme douche. Cecilio heeft het ontbijt al klaar staan. Enkele broodjes, jam en kaas. Ook hebben we een thermosfles koffie. Het brood is wat droog, maar verder een prima start van de dag. Om klokslag zes uur komt Eurico binnenlopen. Even enthousiast als gisteren. Of we goed geslapen hebben?, vraagt hij. We pakken onze rugzakken en gaan op pad. Het silhouet van de vulkaan wordt al zichtbaar. Achter de berg gloort het eerste zonlicht. De zonnestralen komen al tot de bovenzijde van de omliggende bergen. We volgen de weg langs de vulkaan en slaan dan af langs een akker. We lopen geleidelijk omhoog. De lavavelden hier dateren van oudere vulkaanuitbarstingen. Hier ligt geen lava van de laatste twee uitbarstingen, vertelt Eurico. De laatste uitbarsting hier was in 1951. In totaal zijn er sinds er mensen wonen op Kaapverdië 27 grote uitbarstingen geweest. Volgens Eurico is het veilig om hier te lopen. We staan in contact met de Spaanse seismologische dienst, vervolgt hij. Het magna veld is namelijk verbonden met de vulkanen van de Canarische eilanden. Na een uurtje lopen komen we bij de voet van de vulkaan. Hier wordt het pad direct steiler. Eurico loopt voorop en geeft een rustig tempo aan.
Hij heeft duidelijk ervaring hoe de vulkaan het beste te beklimmen is. In dit tempo is het goed vol te houden. Het is goed oppassen om niet weg te glijden op het losse vulkaan grind. Voor de zekerheid pak ik mijn wandelstokken erbij. Door gebruik te maken van de stokken heb ik extra houvast. Dit werkt goed. Alleen als ik wat over de rotsen moet klauteren, zitten de stokken soms in de weg. Regelmatig houden we even pauze. Boven ons en onder ons zien we ook andere groepjes klimmen. Heel druk is het niet op de vulkaan helling. Ik schat dat er in totaal maximaal vijftien toeristen met gidsen op de berghelling lopen. Alleen Herman, een Nederlander die ook in onze accommodatie slaapt, gaat zelfstandig de berg op. Hij liever dan ik. Naarmate we hoger komen hebben we zicht op de vallei achter ons. De dorpjes zijn zichtbaar en de lavastromen van de verschillende uitbarstingen. De kleur verraadt de leeftijd van de lava. Aan de rechterzijde hangt bewolking. Wij lopen boven de wolken. Boven de kuststrook van het eiland en boven de zee is het bewolkt. Een dik wolkendek ligt als een deken over het landschap. We klimmen aan de schaduw zijde verder omhoog. Pas al we hoger komen, komt de zon er bij. We zijn speciaal vroeg op pad gegaan om geen last van de warmte te hebben. Dit werkt goed. Bij één van de laatste stops, wijst Eurico naar de top. Dat is ons doel voor vandaag, zegt hij. We zien de andere groepjes al boven aan de kraterrand staan. De meesten hebben ons ingehaald. Wij hebben geen haast en klimmen gestaag verder. De laag met gruis wordt dikker. Hier zak ik verder in weg. Ook klauteren we meer over rotsblokken. Onze inspanning wordt beloond.
Rond half elf, na vierenhalf uur klimmen, bereiken we de kraterrand. Ik kijk in de 180 meter diepe vulkaankrater. De doorsnede is zo’n vijfhonderd meter. Wat een waanzinnig gezicht. Ik kan mij geen voorstelling maken met wat voor een enorme explosie deze krater ontstaan is. We kunnen nog een klein stukje naar de hoogste berg rond de krater. Hiervoor moeten we via een touw langs de rotsen klimmen. We besluiten dit niet te doen. De afdaling lijkt ons al zwaar genoeg. Na een pauze op de top beginnen we aan de terugweg. Het eerste stukje gaat over hetzelfde pad. Het gruis maakt het pad glad. Verschillende keren glijd ik bijna weg. Voorzichtig dalen we verder. Maarten schuift onderuit. Eurico ziet het gebeuren en snelt naar hem toe om de val te stoppen. Het lijkt mee te vallen. Wel zit de schrik er goed in. Na enkele honderden meters verlaten we het pad. We komen meer in het vulkaangruis. Door de hak in het gruis te drukken en een stukje te glijden, daalt het afdalen eenvoudig. Althans, dat vind ik. Met grote stappen daal ik van de steile vulkaanhelling. Monique en Maarten zijn minder enthousiast over het grind. Eurico begeleidt Monique door haar een hand te geven. In een rechte lijn dalen we af naar beneden. Ik schat de hellingshoek bijna 45 graden. Ik vermaak mij kostelijk. Het voelt als afdalen in diepe sneeuw. Ook kan ik grote passen nemen zoals ik mij voorstel dat je ook op de maan kunt. Wel zakken mijn schoenen diep weg in het gruis. Steentjes zitten overal. Onderaan de berg giet ik mijn schoenen leeg. Hiervandaan is het nog een uurtje terug lopen over harde paden naar het dorp. Rond half twee zijn we weer terug bij het onderkomen. Het was een mooie maar ook vermoeiende tocht. Gelukkig staat bij het guesthouse de lunch gereed. We krijgen Cachupa, een traditionele Kaapverdische maaltijd van varkensvlees, bonen, mais en rijst.
Het smaakt heerlijk. Eurico eet ook met ons mee. Tijdens het eten vertelt hij alvast over de wandeling van morgen. Morgen lopen we de vallei uit richting de kust. We dalen af van 1700 meter tot 300 meter. Neem voldoende water mee, adviseert hij en wat snacks. Eurico verwacht dat we zo’n vijf tot vijfenhalf uur zullen lopen. Aan de kust wacht morgen Mayuka op ons met onze bagage. Daarna rijden we door naar São Filipe. Na de lunch nemen we afscheid van Eurico voor vandaag. Morgenochtend zien we hem weer. Ik ga naar mijn kamer om het vulkaanstof van mij af te wassen. Ik stap onder de douche. Het dunne straaltje wordt een beetje warm. Net als ik mijn haar ingezeept heb, wordt de straal koud. Het warme water is op. Ik was mijn haar koud uit. In de namiddag maken we een wandelingetje door het dorp. De gestolde lavastroom verdeeld het dorp. We zien een dak uitsteken. Eronder is opnieuw een huisje uitgegraven. Bij de casa Ramiro bar gaan we wat drinken. De lava is net naast het huis gestopt. Een grote stenen muur omringt het terras. Dit restaurant is één van de weinige ongeschonden huizen bij de laatste uitbarsting. Een foto van de bar staat ook in de Bradt gids. Dat is mijn vader, zegt de jongen die onze drankjes komt brengen trots. Hij is momenteel in de Verenigde Staten. ‘s Avonds gaan we eten in een restaurant in het centrum. Veel keuze is er niet. We kiezen voor “Restaurant Isabella”. Van buiten ziet het restaurant er niet veelbelovend uit. Meer dan een zeecontainer met een afdak is het niet. Dit restaurant was het eerste restaurant dat weer open ging na de laatste uitbarsting. Isabella heet ons vriendelijk welkom. Ze heeft geen wijn van de corporatie, maar wel zelfgemaakte wijn. We krijgen het te proeven. Het is geen kwaliteitswijn, maar één glaasje moet kunnen. Ondertussen zet Isabella een flinke schaal met groente en gemarineerde kip op tafel. Een heerlijke maaltijd. Isabella kijkt trots toe of wij het wel lekker vinden. Waarschijnlijk kiezen niet zo vaak toeristen voor deze locatie.