
Home > Kaapverdië > De eilanden van Kaapverdië > Reisverslag dag 5
19 - 27 maart 2022 (9 dagen)
Maarten heeft meer last van zijn val van gisteren op de flanken van de vulkaan, dan eerder gedacht. Misschien wel juist door die val kostte ook het afdalen veel kracht. Vooral in de knieën. Het vooruitzicht om vandaag opnieuw flink af te dalen baart hem zorgen. Tijdens het ontbijt bespreken we de alternatieven met Eurico. Hij geeft aan dat het vandaag een intensieve dag wordt met veel dalen. Hij gaat informeren voor een plan B. Na wat telefoontjes komt hij met het voorstel dat we opsplitsen. Ik ga met Eurico de afdaling maken tot Pai Antonio. Maarten en Monique lopen een stukje mee in de vallei. Hier is de route nog relatief vlak. Daarna gaan zij mee met de auto, die onze bagage naar São Filipe brengt.
Hiervandaan rijden zij met Mayuka mee met de taxi ook naar Pai Antonio. Hierdoor zien zij ook de noordelijk kust van Fogo. Dit lijkt een prima alternatief. Om kwart voor negen nemen we afscheid van Cecilio en Heleni. We bedanken hen voor de heerlijke gastvrijheid. We wandelen door de vallei. Hier is de verwoestende kracht van de lava goed te zien. Overal steken alleen nog daken boven de lava uit. Eurico wijst zijn ouderlijk huis aan. Het huis is redelijk ongeschonden gebleven. Verderop woont een zus en aan de overzijde een broer. Hij heeft twintig broers en zussen van twee moeders. Veel kans dus om familie te ontmoeten. Aan het einde van het dorp keren Maarten en Monique om. Ik zie ze vanmiddag weer. Samen met Eurico wandel ik verder. We lopen de vallei uit en komen in meer bosrijke omgeving. Ik moet een ticket kopen voor het park. Zij is mijn zus, zegt Eurico, wijzend naar de vrouw die de tickets verkoopt. Toevallig passeert ook net een auto met één van zijn broers. Ik heb inmiddels al een groot deel van zijn familie ontmoet. Het dorpje in de vallei is klein en Eurico kent iedereen. Overal maakt hij een praatje. In het nationaal park slaan we af. We verlaten de weg en dalen via een smal zigzag pad af. Het is verrassend hoe groen het hier is. Ik loop in een bos, terwijl het een kilometer terug in de vallei te droog en te dor was. Hier hangt altijd mist door de wolken, legt Eurico uit. De Misty Forest. Hierdoor is het altijd vochtig. De laaghangende mist geeft het bos iets mysterieus. Eurico wijst op de sinaasappelen aan de bomen, limoenen, bananen en koffie. Het is oogsttijd voor de koffie. Overal langs het pad worden de bonen geplukt. In grote zakken van vijftig kilogram worden de bonen naar beneden gebracht. Ik maak plaats op het pad als iemand met zo’n zware vracht passeert. Ook komen ezeltjes voorbij. Zij zijn beladen met twee zware zakken koffie. Onderweg praat ik voluit met Eurico. Zo ben ik bijvoorbeeld benieuwd hoe hij zijn telefoon op laadt, terwijl hij thuis geen elektriciteit heeft. Hij gebruikt een powerbank, vertelt hij, die hij bij Cecilio op mag laden. Hij wil weten hoe de koeien bij ons gemolken worden? Hij is verbaasd dat ik alleen melk in de supermarkt koop. Volgend jaar wil hij samen met zijn vrouw en zijn bijna twee jaar oude dochtertje Bianca naar het eiland Santo Antão gaan. Hier wonen ook twee broers. Hij moet dan wel vliegen vanaf Praia. De boot duurt te lang. Eurico is 29 jaar en gedreven om er iets van te maken in deze lastige omgeving. Voor nieuwe erupties is hij niet bang.
Als ze komen dan komen ze, zegt hij nonchalant. Onderweg deel ik de stroopwafels en sultana. Hij deelt zijn sandwich. Ook deel ik de Liga met enkele koffiedraagsters onderweg. Na vier uur lopen komen we bij de weg in Pai Antonio. Harde muziek schalt uit de boxen van een barretje. Hier ontmoet ik ook Maarten en Monique weer. De dragers laden de koffiebalen in pick-up trucks. Samen met Eurico en Mayuka, de taxichauffeur, drinken we wat in het kleine barretje “Cantinho do Cutelo Fora”. Daarna rijden we naar São Filipe. Hiervoor dalen we eerst af tot het kustplaatsje Mosteiros. Of we trek hebben in koffie?, vraagt Eurico. De traditionele koffie van Fogo. We stoppen bij een Restaurante Christine, pal tegenover het stadhuis van Mosteiros. Via een trap komen we op een terras. Eurico bestelt koffie voor ons. Wanneer we weer verder willen rijden, nodigt de eigenaar ons uit om op zijn dak te komen kijken. Op het dak van het restaurant liggen grote hoeveelheden koffiebonen te drogen. Hij laat zien dat de bonen na drie weken nog niet droog genoeg zijn. De nog groen en rood gekleurde bonen van twee dagen geleden zijn dit zeker nog niet. Vanuit Mosteiros volgen we de kustweg. De weg stijgt en daalt door de bergen. Hierdoor hebben we vaak uitzicht op de grillige kustlijn. We stoppen even voor een foto. Halverwege gaat de weg van klinkers over in asfalt. We passeren talrijke dorpjes. Vaak liggen de dorpjes aaneengeschakeld. De kustweg is dan ook de beste verbindingsweg over het eiland. Tegen drie uur arriveren we in São Filipe. Het hotel is gevestigd in een oud koloniaal pand. Voor de deur nemen we afscheid van Mayuka en Eurico. De chauffeur die vanochtend de bagage gebracht heeft, staat te wachten om Eurico terug naar Chã das Caldeiras te brengen. Het hotel ligt aan de rand van het oude historische centrum. Hier staan nog veel huizen in de Sobrado-stijl. Gebouwen uit de Portugese koloniale periode. Sommige huizen zijn prachtig gerestaureerd en geschilderd in vrolijke felle kleuren. Andere panden staan er vervallen bij. Ze lijken niet meer te redden van de sloop.
Via het marktplein en de blauw geschilderde kerk komen we bij de zee. De oceaan ligt zo’n twintig meter lager. Sao Filipe ligt op een rotsplateau. Vanaf een terras hebben we mooi zicht op de oceaan en de stad. In de namiddag nemen we plaats op het kleine balkonnetje boven de ingang van ons hotel. De receptioniste had aangegeven, in het Frans, dat we vanaf dit balkon een mooi uitzicht zouden hebben op de zonsondergang. Het uitzicht is mooi op de stad, maar de zon verdwijnt al snel achter de bewolking aan de horizon. In het hotel ontmoeten we ook weer de Fransman met lange baard. Hij was de afgelopen dagen ook in het hotel bij Cecilio en Heleni. Vanaf het naastgelegen terras zwaait een Duits koppel. Ook zij waren vanochtend in de ontbijtzaal van Casa Lavra. Kaapverdië is niet zo groot. ’s Avonds gaan we naar club Tropical. Een restaurant waar we vooral goed kreeft kunnen eten, volgens de reisorganisatie. Helaas, er is geen kreeft vandaag. Het is niet het seizoen, legt de serveerster uit. Als we een grapje maken dat we helemaal uit Nederland gekomen zijn om hier kreeft te eten, komt de serveerster even later terug dat er nog een klein stukje lobster in de vriezer ligt. Ze raadt het echter zelf al af om deze te bestellen, maar als we echt willen... We bedanken haar voor de moeite en bestellen andere vissoorten. De Fransman en het Duitse koppel zitten ook op de binnenplaats. Waarschijnlijk reizen zij via dezelfde lokale reisagent.