
Home > Georgië > Rondreis Kaukasus > Reisverslag dag 11
13 eptember - 3 oktober 2025 (21 dagen)
Het oude stationsgebouw bestaat uit twee delen. Onze kamers zijn in het linker gedeelte van het gebouw. Het ontbijtbuffet is in het andere deel. Ik passeer de receptie in de grote hal en ga met de trap in het andere deel naar de derde verdieping voor het ontbijt. Hier staat een eenvoudig ontbijt gereed. Om negen uur verlaten we het hotel en gaan lopend naar het fort van Akhaltsikhe. Enkele reisgenoten voelen zich niet zo lekker. Zij besluiten vanochtend niet mee te gaan. We wandelen een kleine tien minuten omhoog naar de ingang van het fort. Het Akhaltsikhe Fort, ook bekend als het Rabati Kasteel, dateert oorspronkelijk uit de 9de eeuw, maar is recentelijk fors gerenoveerd. Hele stukken van het fort zijn opnieuw opgebouwd met moderne bouwmaterialen. Door de verschillende bouwstijlen lijkt de samenhang te ontbreken. Toch zijn de verschillende onderdelen mooi en leuk om te bezoeken. Nino leidt ons door het complex. Onder de grote koepel van de moskee vertelt zij dat de ruimte afwisselend als orthodoxe kerk en als moskee in gebruik is geweest. Dit was afhankelijk wie het fort in zijn bezit had. Achter de moskee staat de kasteeltoren. Ik verbaas mij over een balkon in de toren van de vesting. Dit lijkt mij een zwakke schakel bij aanvallen op de toren. Aan het einde van de rondleiding klim ik naar de top van de ltoren. Tussen de kantelen door zie ik het fort, de route die we gelopen hebben en het hotel in de verte. Op de terugweg koop ik wat te eten in de kleine supermarkt tegenover het hotel. Wanneer ik de straat oversteek, blijken net twee reisgenoten een officiële waarschuwing gekregen te hebben, omdat zij niet bij het zebrapad overstaken.
Ik deed net dezelfde handeling, maar er is geen politie meer in de buurt. Om twaalf uur verlaten we Akhaltsikhe. We rijden verder langs de Turkse grens. Hier ligt de grotstad Vardzia. De grotstad Vardzia is een grotklooster aan de zijkant van de Erusjeli. Het werd gesticht door koningin Tamar in 1185. Het klooster werd gebouwd als bescherming tegen de Mongolen en bestond uit meer dan zesduizend appartementen over dertien verdiepingen. De enige toegang tot het complex was door de enkele goed verborgen ingangen. Een aardbeving verwoestte ongeveer twee derde van de stad in 1283, waardoor de grotten van buitenaf zichtbaar werden. Nog altijd verblijven enkele monniken is de rotswoningen. Met een busje laten we ons omhoog rijden. Via uit de rotsen gehouwen treden komen we bij de voormalige woningen. Bij sommige ruimtes zijn stalen trappen aangebracht om ze beter toegankelijker te maken. We volgen de route langs verschillende grotten. Het uitzicht op de omgeving is prachtig. Halverwege het complex arriveren we bij het orthodoxe kerkje. De kerk is voorzien van bijzondere fresco’s. Een nors kijkende monnik beheert de kerk en het kleine winkeltje met kaarsen. Achter de kerk loopt een uit de rotsen gehouwen gang naar het waterreservoir. Hier loopt water uit de bergen in het reservoir. Met een pomp halen de monniken hier hun drinkwater. Op een vergeeld briefje en nauwelijks nog te lezen wordt gevraagd om vooral geen munten in het water te gooien. Het water is drinkwater voor de geestelijken. Vanaf de kerk neemt Nino een deel van de groep mee door de “tunnel”, een route door een uitgehouwen gang met uitgehakte treden. Soms is de route maar 1.20 meter hoog. Voorzichtig klim ik omhoog en weer omlaag via de vaak uitgesleten treden.
Nino waarschuwt altijd beide voeten op een tree te plaatsen, alvorens de volgende stap te nemen. Soms zijn de treden smal en hoog, soms zijn de treden ongelijk. Veilig komt iedereen weer bij het kerkje. Hiervandaan kunnen we afdalen tot het parkeerterrein. De route loopt over stenen trappen, door tunnels en passeert de wijnkelders. Om kwart over drie sta ik weer op het parkeerterrein. Ik bestel iets te drinken en kijk hoe andere reisgenoten hun afdaling afronden. Voor sommigen was het een pittige afdaling. Het hotel ligt een paar minuutjes rijden van Vardzia. Een guesthouse tussen de wijnranken aan een riviertje. Het kamertje is wat klein, maar als we het tafeltje opklappen, lukt het om de reistassen te openen, zonder hier overheen te hoeven stappen om in bed te komen. Bij het beekje bevindt zich een barretje. Ik bestel een drankje. Het lijkt wat lastig om wijn per glas te krijgen. Gelukkig komen andere reisgenoten aangelopen die delen in de wijn. Wanneer het frisser wordt, ga ik naar mijn kamer. Het avondeten is om die reden ook niet bij de bar. Het wordt te fris ‘s avonds. Vorige groepen, eerder in het seizoen, aten hier wel. In het hoofdgebouw staan tafels gereed. Op iedere tafel voor vier personen worden diverse schalen met gerechten geserveerd. Ook is er voor iedereen een gebakken forel. De wijn die op tafel staat is inclusief en om te delen. Ik neem aan dat zij de wijn hier zelf gemaakt hebben. De rode wijn smaakt prima.