
Home > Sri Lanka > Sri Lanka en de Malediven > Reisverslag dag 9
20 oktober 2015 - 10 november 2015 (20 dagen)
De nacht verloopt moeizaam. Als ik mij om probeer te draaien voel ik pijn in mijn onderrug. Toch realiseer ik mij, dat ik mij met de smak die ik gemaakt heb, veel zwaarder had kunnen blesseren. Voorzichtig neem ik een douche en pak mijn bagage. Het bukken gaat lastig. Ajbriy staat stipt op tijd op mij te wachten. Dit moet ook wel want ik moet mijn trein halen. Ik ga vandaag met de trein van Kandy naar Nawu Oye. Een tocht van zo'n vier uur langs heuvellandschap en tussen de rijstvelden door. Als ik op het station aan kom, ben ik blij dat Ajbriy mij begeleidt. Ik word er geen wijs uit. Hij wijst mij op welk perron de trein zal komen. Ik zie meerder toeristen op het perron staan voor waarschijnlijk dezelfde trein. Even voor negen uur komt de trein aan rijden. Ajbriy wijst mij de juiste wagon. Daarna keert hij snel naar zijn auto om weer op tijd op het eindstation te zijn. In de treinwagon wordt mijn stoel aangewezen. Kandy is een zogenaamd kopstation. Dit betekent dat de trein er voorwaarts in rijdt, maar achterwaarts weer vertrekt. Dit betekent dat alle stoelen achteruit staan. Als de trein net het station verlaat, komt de wagonbediende om de stoelen te draaien. Het blijkt dat de stoelen met één hendel omgedraaid kunnen worden.
Ik heb zoiets nog nooit gezien. In de coupé zitten meerdere toeristen, maar ook veel lokale reizigers. Op ieder station komen verkopers langs met drinken, broodjes, pinda's en lokale gerechten. Leuker vind ik de medereizigers die ook van alles meegenomen hebben. Ik krijg verschillende hapjes aangeboden om te proberen. Uit het gesprek maak ik op dat de Sri Lankanen met hun kantoor onderweg zijn en dat ze naar het eindpunt Badulla reizen. Ook heb ik contact met een Engels stel naast mij. Zij doen ongeveer dezelfde route. Leuk het contact in de trein. Ondertussen rijdt de trein hoger en hoger het bergland in. In de valleien zie ik talrijke rijstvelden liggen. Op het balkon van de trein staan de deuren gewoon open. Twee meisjes zitten in de deuropening met elkaar te praten. Ik maak gebruik van deze open deuren om foto's te maken. Tegen half één rijdt de trein het station van Naru Oye binnen. De Sri Lankanen wijzen mij het eindstation. Ik neem afscheid en stap uit de trein. Op het perron zie ik Ajbriy al staan. Ik merk direct dat het hier bijna 2.000 meter hoog is. Het is fris. In de auto pakt Ajbriy zijn telefoon en belt een nummer. Als hij contact heeft zegt hij: Dit is mijn baas, hij wil met je spreken. Verbaasd pak ik de telefoon over. Aan de andere kant stelt de man zich voor en zegt dat hij belt namens Walker tours en Namasté. Of alles naar wens is tot nu toe? Hoewel ik wat overrompeld ben door de vraag, geef ik aan dat alles tot nu toe prima verloopt. Hij bedankt en beëindigt het gesprek. Ajbriy rijdt mij naar het hotel in Nuwara Ellya. Vanmiddag heb ik een vrije middag. Prima om mijn rug wat rust te geven. Als ik bij het Avian Breeze house aan kom, begint het weer te regenen. Volgens de statistieken regent het in oktober 15 van de 31 dagen. Helaas voor mij liggen al deze dagen dit jaar aaneengesloten aan het einde van de maand. Het personeel verwelkomt mij. Ik ben de enige gast vandaag. Ik mag een kamer uitzoeken. Een viertal kamers worden getoond. Alle kamers zien er stuk voor stuk prima uit.
Ik kies voor een koloniale kamer in het hoofdgebouw. Het andere gebouw is meer moderner ingericht. Als ik iets te eten wil bestellen voor de lunch, krijg ik eerst de diner kaart. Een menu voor een relatief dure prijs. Als ik door vraag voor een snack, komt er een andere menukaart tevoorschijn. Ik bestel soep en sandwich en nestel mij op de bank in de lobby. Het voelt wat ongemakkelijk met al het personeel dat toe kijkt of ze iets kunnen doen. Na de lunch - het is weer even droog - maak ik een korte wandeling door de omgeving. Nuwara Ellya ligt enkele kilometers verderop en te ver om naar toe te lopen. Ik steek de straat over en ga een klein paadje in. Vrouwen die aan het begin staan te wachten, lachen verlegen als ik vraag waar dit pad naar toe gaat. Niemand spreekt Engels en het wordt mij niet duidelijk. Ik zie wel of het dood loopt of niet. Ook verderop word ik verlegen toegelachen. Het paadje slingert tussen de huizen en de theevelden door. Als ik aan het einde ben, ontdek ik een smal pad tussen de theeplanten door. Ik volg het pad waarvan ik aan neem dat het terug naar de weg leidt. Een man komt net uit de theevelden aangelopen. Hij heeft gras gesneden. Hij wijst mij dat hij in het huis aan de weg woont en gebaart mij hem te volgen over een shortcut. Hij vertelt mij dat alle theeplantages hier van de overheid zijn. Ik klauter achter hem aan tot de hoofdweg. Daarvandaan wandel ik weer terug naar het hotel. Ik ben net op tijd binnen voor de volgende regenbui los barst. Door de hoge ligging van Nuwara Ellya regent het hier relatief vaak. Ook morgen tijdens mijn wandeling door de Horton Plains moet ik rekening houden met regenachtig weer. Bij het hotel ontmoet ik Josef, de eigenaar van het hotel. Hij was eerder nog niet aanwezig. Als ik op de bank aan het lezen ben, komt hij vragen of ik bloed aan mijn been heb? Verbaasd kijk ik hem aan. Er zit inderdaad wat bloed aan mijn been. Waar komt dat nou vandaan en hoe weet Josef dat? Er blijkt een bloedzuiger over de grond te lopen bij mij vandaan. Voor ik er erg in heb staat Josef met een grote EHBO trommel gereed om mijn wond te verzorgen. Hij vraagt ook wat ik wil met het avondeten. Ik geef aan dat ik eigenlijk geen trek heb in een compleet menu. Ik blijk ook voor de Sri Lankeese rijst curry te kunnen kiezen (iets wat eerder op de dag niet kon). Hij belooft door te geven het gerecht niet te spicy te maken.