
Home > Pakistan > De Hunza vallei in Pakistan > Reisverslag dag 10
30 augustus - 19 september 2024 (21 dagen)
De nacht verliep prima in het tentje. Het was niet zo heel koud en daardoor prima vol te houden in de slaapzak. Wel moest ik af en toe een stukje omhoogschuiven. De tent staat op een scheef plateau, waardoor ik langzaam naar beneden schuif. In de tent ligt een tweepersoonsmatje. Niet heel dik, maar goed om te slapen. Na het ontbijt start de beklimming naar de gletsjer. Direct wanneer ik de campsite verlaat gaat het pad flink omhoog. Ik klim rustig omhoog. De spieren in de kuiten moeten nog warm worden. De stijgingshoek in het mulle zand is fors. Hier moet ik vanmiddag ook weer naar beneden. Als dat maar geen glijden wordt? Het weer vandaag is prachtig. Met regen lijkt mij deze route praktisch onbegaanbaar. Ik klim op mijn ademhaling. Een linker stap bij het inademen en een rechter stap bij het uitademen. Hoewel ik het gevoel heb dat ik tergend langzaam vooruitkom, houd ik dit tempo wel lang vol. Na ruim een half uur flink klimmen, wordt de route op de berghelling iets vlakker.
Achter mij zie ik het Hapakun tentenkamp kleiner worden. Na twee uur arriveer ik op de bergkam. Ik word beloond met een schitterend uitzicht over de Rakaposhi gletsjer en de achterliggende Rakaposhi en Diran besneeuwde bergtoppen. Wat is dit onbeschrijfelijk mooi. Ik ga even op een steen zitten om van dit uitzicht te genieten. Het Rakaposhi basecamp ligt een klein stukje verder. Via een smal pad langs de gletsjer lopen we ernaartoe. Het uitzicht blijft prachtig. Bij het basecamp overnachten ook reizigers. Ik ontmoet een Nederlandse jongen. Hij vertelt mij dat over de prijs van de overnachting flink onderhandeld kan worden. Dit is niet nodig. Wij slapen vannacht weer lager. Net boven het kamp ligt een viewpoint over de gletsjer. Ook hiervandaan is de gletsjer en de besneeuwde bergen schitterend.
Met een klein groepje loop ik verder naar het ijs van de gletsjer. Dit pad loopt over rotsblokken. Soms moet met handen en voeten geklauterd worden. Uiteindelijk bereiken we het ijs. Voorzichtig loop ik over de gladde ijsmassa. Ik wil niet uitglijden. Rond mij hoor is het ijs kraken en smeltwater onder het ijs doorstromen. De route terug, loopt weer over de rotsen. Vooral de laatste klim naar het viewpoint is pittig. Mijn energie raakt op. Gelukkig staat er in het basecamp een eenvoudige lunch gereed. Brood, ei, jam en soep. Een prima basis voor de afdaling. In een rustig tempo loop ik weer naar het Hapakun tentenkamp.
Ik gebruik een houten stok om mijn knie wat te ontlasten. Toch voel ik mijn knie wat pijnlijk worden. Zonder al te veel problemen arriveer ik weer bij het kamp. Een reisgenoot is zo aardig om een thee aan te reiken. Terwijl we daar zitten, steekt plots een harde wind op. Stoelen waaien om en de tenten staan te klapperen. Het wordt ook fris. Wat goed dat iedereen al afgedaald is. Ik ga even in de tent liggen. ‘s Avonds is het eten verrassend snel gereed. Al om half zeven staat de tafel gedekt. Terwijl de soep nog niet op is komt het hoofdgerecht al op tafel. Het lijkt welke de crew haast heeft. Na het eten worden we uitgenodigd om bij het kampvuur te zitten. Een andere reisgroepje kan dan eten in de tent. Vandaar de haast.