
Home > Pakistan > De Hunza vallei in Pakistan > Reisverslag dag 20
30 augustus - 19 september 2024 (21 dagen)
De wekker loopt om kwart voor vier af. Het was rumoerig gisteravond op de binnenplaats. Andere gasten hoefden natuurlijk niet vroeg naar bed en kwamen op de binnenplaats bijeen. Toch heb ik redelijk geslapen. Ik neem een douche en pak mijn bagage in. Het hotel kon geen ontbijtpakketjes leveren, maar zou een ontbijt vanaf vier uur verzorgen. Wanneer ik om kwart over vier in het restaurant arriveer, zit iedereen nog te wachten. Er is alleen lokale thee met melk. Ik ben één van de weinigen in de groep, die deze thee kan waarderen. Hier in Pakistan dan. Voorzichtig komen er kannen warm water, een schaal brood en wat jam. Wanneer de bus arriveert wordt de bagage op het dak geladen en maak ik mij op voor een lange tocht naar Islamabad. Het is een kleine zeshonderd kilometer rijden. Het is nog donker wanneer we Gulgit uitrijden. Ik leg mijn jas tegen het raam en probeer nog wat te slapen. Na twee uur en honderdveertig kilometer verder, houden we de eerste stop. Het is ondertussen licht geworden. Willem heeft thee geregeld. In een grote thermoskan, die hij speciaal voor dit doel aangeschaft heeft, zit warm water. Bij Chilas komen we bij een splitsing. De route naar Islamabad over de Karakoram Highway is zo’n honderd kilometer langer. De afslag via de N15 gaat echter over de 4.173 meter hoge Babusar bergpas. Yassir legt uit dat de route over de bergpas de snelste route is. Dit betekent dat we bijna drie kilometer in hoogte moeten stijgen. De buschauffeur zet de airconditioner uit om meer energie voor de motor over te houden. Langzaam draaien we haarspeldbocht na haarspeldbocht omhoog. Halverwege stopt hij de bus. De chauffeur pakt een tuinslang en koelt de motor met water. Of dit koude water goed voor de hete motor is betwijfel ik. Wanneer we op de tot van Babusar pas arriveren, lijkt het wel een soort kermis. Overal staan kraampjes en kun je hier de zipline uitproberen. Enkele Pakistaanse mannen vragen of ze een foto met mij mogen maken. Natuurlijk. Ik maak ook een foto met mijn camera. Aan de andere kant van de bergpas dalen we weer af.
Het rijden door de bergen verloopt traag. Pas tegen half twaalf, wanneer we in Naran aankomen voor de lunch, hebben we weer honderd veertig kilometer afgelegd. We zijn nog niet op de helft. We lunchen in het Moon restaurant. Een groot restaurant, dat duidelijk voorbereid is op veel gasten. We zijn nog te vroeg voor de lunch. Er wordt nog alleen ontbijt geserveerd. Ik kies een gebakken ei met toast. Voor de prijs van nog geen euro hoef ik het niet te laten. In de middag rijden we verder door de vallei. De weg is hoofdzakelijke dalend. Door de bochten en het verkeer, moet vaak afgeremd worden. Onze chauffeur rijdt goed door. Het maakt niet zoveel uit of het inhalen in een bocht gebeurt. Hij toetert als raken dat hij er voorbijgaat en bij tegenliggers schikt iedereen een beetje in. Het is eigenlijk verbazingwekkend dat het zo vaak goed gaat in het Pakistaanse verkeer.
Ik heb maar een ongeluk gezien en buiten krassen op de auto’s, zie je niet heel vaak deuken. Ook zie je hier, zoals in andere landen, geen autowrakken langs de weg staan die betrokken waren bij ongelukken. Toch ben ik blij dat ik niet helemaal voorin zit en niet alles meekrijg wat er gebeurt. Kuddes schapen en geiten worden over de weg geleid, kinderen die uit school komen lopen langs de kant en auto’s die we passeren zijn tot hoog opgestapeld met van alles en nog wat. Ook lijkt het heel normaal dat er vier mensen op de imperiaal van een personenauto zitten. Een creatieve manier van carpoolen. Ook in de middag houden we een thee stop. Het is lekker om de benen even te strekken, maar ik word het rijden in de bus wel zat. Het lijkt erop dat we de prognose van elf uur rijden gaan overschrijden.
Vanaf de pauzeplek aan de rivier is het nog 194 kilometer rijden. Yassir schat in dat het nog drie uur kost. Even na vijf uur zijn we de vallei uit. We komen bij Abbottabad, de plek waar Osama bin Laden door Amerikaanse militairen werd uitgeschakeld. Hier begin ook de Expresweg. Een snelweg richting Islamabad. De chauffeur voert de snelheid op. Helaas staat er direct na de tunnel een politiecontrole. We hebben te hard gereden. Naar het schijnt moet de chauffeur 1000 roepies afrekenen (drie euro). Bij het naderen van Islamabad is het inmiddels donker geworden. De chauffeur seint met zijn lichten om andere bestuurders aan te geven dat hij erlangs wil. Op de snelweg rijden ook brommertjes zonder enige verlichting. Ook de afslagen zijn slecht verlicht. Het is goed opletten. Om half acht arriveren we bij het Hillview hotel in Islamabad. Dit is hetzelfde hotel waar we de reis begonnen zijn. We zijn vandaag bijna 15 uur onderweg geweest. Ik vond dit al vermoeiend, laat staan dat dit een flinke opgave voor de chauffeur was. Met een groepje ga ik eten bij het Kabul restaurant aan het einde van de straat. We bestellen kip en vlees spiesen. De ober waarschuwt dat we misschien wat veel bestellen voor vier personen. We zien het wel. Het smaakt in ieder geval goed en we houden inderdaad wat over. Om negen uur ben ik terug in de hotelkamer. Ik neem een douche, zet de wekker op kwart voor twee en duik snel mijn bed in. Ik kan nog net vier uur slapen.