
Home > Algerije > Door de woestijn van Algerije > Reisverslag dag 13
8-22 november 2025 (15 dagen)
Ik heb vannacht prima en heel diep geslapen. Ik word pas wakker wanneer de zon al op komt. Ik begin ook al handigheid te krijgen in het inpakken van mijn slaapspullen. Met een fles water was ik de slaap uit mijn gezicht. Na het ontbijt probeer ik de pop-up tent in te klappen. Hiervoor moet ik de tent een slag draaien. Tot mijn eigen verbazing lukt het mij om de tent terug in de verpakking te krijgen. Misschien mag dit ook wel nadat het mij al twee keer voorgedaan is. Ik breng mijn bagage naar de wagens. De crew is al bezig om de keuken op te ruimen. Wanneer alles weer ingepakt is, vertrekken we. Vandaag rijden we vanuit het meest oostelijke punt in het natuurgebied weer terug richting de oostelijke doorgang door het berggebied. Dit is de doorgang het dichtst bij Djanet. Vanavond zullen we nog aan de rand van het national park slapen. Morgen rijden we terug naar Djanet. Ook vandaag is het prachtig mooi wanneer we tussen de rotsen rijden.
Soms rijden we vol gas over verharde grond. Daarna rijden we driftend door het mulle zand. Wij rijden als tweede wagen. Occhi, onze chauffeur, zoekt steevast zijn eigen route door het zand. Hij heeft niet veel zin om zijn voorganger te volgen. Dit lijkt niet alleen om het stof te mijden. We stoppen bij een natuurlijke boog. Twee rotsen achter elkaar met openingen. Leuk om door heen te lopen. Ook stoppen we bij enkele rotstekeningen. Sommige tekeningen zijn eeuwen oud. Anderen maar vijftienhonderd jaar. In een vallei stoppen we voor de lunch. De tafel met stoeltjes wordt uitgeklapt, terwijl de kok de maaltijd bereid. De aubergines met champignons heeft hij gisteren al voorbereid. Na de lunch pak ik een matje en ga even liggen. Ik bekijk hoe de vliegen, de grote wespen en de mieren aan komen snellen om onze restanten op te ruimen. Het gevallen stukje sardientje is binnen enkele minuten verdwenen. Ook de crew ligt languit te rusten. Na de pauze wordt alles weer ingeladen en rijden we verder. We stoppen nog bij enkele rotstekeningen. Ik geloof dit eigenlijk wel.
Aan het einde van een vallei stoppen we bij een smalle kloof. Ibrahim gaat ons voor door de spleet. Hier stond begin dit jaar nog water, legt hij uit terwijl hij dieper en dieper de kloof in loopt. Ik kan er maar net tussendoor. Ook in de tweede kloof is de slijtage van het water goed te zien. Op weg naar de uitgang van het nationale park, bezoeken we de laatste rotstekening. Direct na het passeren van de controlepost van het park, wordt de omgeving vlakker en het zand muller. De wielen draaien regelmatig door. Op een vlak stukje zand stoppen we voor ons kamp. Ik plaats de tent met de achterzijde naar de wind. Heel veel helpt dit niet, want even later is de wind weer gedraaid. Aan de horizon zakt de zon aan de hemel. In het kampvuur wordt een brood gebakken. Het deeg wordt in het zand gelegd en de hete kolen gaan hier overheen. Even later staat het versgebakken brood op tafel met soep, pasta en schapenvlees. Na de thee ga ik voor de laatste keer naar mijn tentje.