
Home > Algerije > Door de woestijn van Algerije > Reisverslag dag 14
8-22 november 2025 (15 dagen)
Vannacht hebben verschillende kleine dieren rond mijn tent gelopen. Ik zie rondom verse sporen. Bij het ontbijt staat cake op tafel. Het stokbrood is inmiddels vijf dagen oud en niet meer zo lekker. Het kan nog net, door het boven het kampvuur te roosteren. Wanneer we willen vertrekken, blijkt onze auto te diep in het zand te staan. De auto rijdt niet meer voor- of achteruit. De andere auto is al vertrokken. Ook als wij duwen komt de Toyota niet in beweging. Occhi laat lucht uit de banden lopen om zo meer grip te krijgen. Helaas, zonder resultaat. In de verte zien we de andere auto keren. Zij komen terug. Met een schep wordt zand bij de wielen weg geschept. Met meer mankracht lukt het om de auto uit het zand te duwen. Nu kunnen we eindelijk op weg. We rijden over een brede zandvlakte. Talrijke sporen lopen hier door elkaar. Na een uurtje komen we bij de asfaltweg. Deze weg volgen we nog zo’n honderd kilometer naar Djanet. Onderweg passeren er enkele kamelen. Kamelen komen hier niet in het wild voor. Ze horen altijd bij een boer. Hierdoor zie je geen kamelen binnen het nationale park. Misschien is dat maar goed ook, want dan zouden ze het laatste beetje groen opeten.
Plotseling verlaten de wagens de doorgaande weg. Ze rijden een mul zandpad op. Soms moeten ze voldoende vaart houden om niet vast te komen te zitten. Het is ons niet geheel duidelijk waarom we van de weg af gaan. Moeten ze nog wat tijd vullen voor de lunch? Na ongeveer een half uurtje komen we aan bij een rotsformatie. Op deze rots staat de afbeelding van een huilende koe. Dit is één van de oudere rotstekeningen buiten het nationale park en dicht bij Djanet. In de buurt van deze rots wordt voor de laatste keer de lunch geserveerd. Een heerlijke salade met kaas, komkommer, wortel, aardappelen en tomaat. Ook deze lunch wordt afgesloten met een klein glaasje thee. Wanneer we Djanet naderen rijden we voor ons gevoel verder dan het hotel waar we vorige week verbleven.
We zouden een dagkamer krijgen in een guesthouse, waar we ons op kunnen knappen voor de vlucht vannacht. Het blijkt dat we wel naar een guesthouse gaan, maar niet het hotel van vorige week. Er is een kamer met enkele matrassen op de grond. Ook is er een douche- en toiletruimte. Hoewel het niet precies is wat ik had verwacht, is de douche prima om het zand van mij af te spoelen. Het lukt mij zelfs om al het zand weer uit mijn haren te wassen. Rond etenstijd komt de crew terug om het avondeten te bereiden. Dit keer gewoon in het keukentje. We krijgen soep, spaghetti en fruit geserveerd. Na het eten bedanken we de crew. We geven hun een fooi voor de diensten. Het is inmiddels acht uur. Om middernacht worden we opgepikt voor de vlucht naar Algiers. Ik ga even op de matras op de grond liggen om wat te slapen. Om kwart voor twaalf loopt de wekker af.