
Home > Algerije > Door de woestijn van Algerije > Reisverslag dag 6
8-22 november 2025 (15 dagen)
Na het douchen merk ik dat ik mijn jas niet in de kamer heb. Ik moet hem gisteravond in het restaurant hebben laten liggen. Het komt goed uit dat het ontbijt weer in hetzelfde restaurant is. Wanneer ik informeer naar mijn opvallend blauwe North-face jas, blijkt deze niet gevonden te zijn. Er wordt twijfelt gekeken. Normaal worden alle gevonden voorwerpen bij het management gemeld, zegt men. Er wordt ook met de receptie gebeld. Ook hier is niets afgegeven. Op de plek waar we gisteren zaten ligt ook niets meer. Ik begin te vermoeden dat mijn jas officieel kwijt is. De jas is inmiddels op leeftijd en heeft op veel bestemmingen op de wereld met mij meegereisd. Ik was al voornemens een nieuwe jas te gaan kopen, maar had de jas graag nog gebruikt komende week in de woestijn waar het ‘s avonds en ‘s nachts koud kan zijn. Het is niet beter. Na het ontbijt worden we opgehaald bij ons huisje. Met een golfkarretje worden we teruggereden naar de receptie. Hier probeer ik nog een keer te vragen voor mijn jas. Er wordt weer gebeld met het restaurant. De manager van het restaurant van gisteravond komt aangelopen om te zeggen dat er tijdens zijn dienst niets gevonden is wat op een jas lijkt. Het is niet beter. De nieuwe chauffeur Mustafa is inmiddels gearriveerd. We laden de bagage in de nieuwe auto en gaan op weg richting de woestijnstad Ghardaïa. Direct buiten El Oued rijden we tussen enorme zandvlaktes door. De weg loopt er kaarsrecht doorheen. Na zo’n twee uurtje rijden arriveren we in Touggourt.
Hier ligt de oude lemen Berberstad Tamacine. Deze stad is in de achtste eeuw gesticht. Nassar, de lokale gids, heet ons welkom. Hij leidt ons tussen de ruïnes en restanten van de oude stad. We komen uit bij de moskee. De minaret-toren lijkt recent gerestaureerd. De beheerder opent de deur voor ons. Via een kleine lemen trap klimmen we naar de 22 meter hoge top van de minaret. Overal ligt duivenpoep. Ook liggen er eieren van duiven op de trap. Voorzichtig stap ik hier overheen. Het lijkt mij niet dat deze trap regelmatig gebruikt wordt door iemand. Laat staan door toeristen. Vanaf de minaret hebben we een mooi uitzicht over de oude vervallen stad. De daken van de huizen zijn ingestort en veel muren zijn gebarsten. Tegenover de minaret bevindt zich een kleine moskee. Ik trek mijn schoenen uit om het gebedshuis te bezichtigen. Nassar leidt ons langs verschillende woningen en een tweede kleine moskee. De muren vertonen veel barsten. Ik betwijfel of het veilig is om onder de koepel te blijven staan. Snel loop ik weer naar buiten. Aan de andere zijde van Touggourt ligt de Tijani Zawiya moskee. De Tijani Zawiya-moskee is een belangrijk religieus centrum van de Tijaniyya-broederschap. Het mausoleum binnen het Tijani Zawiya-complex is gewijd aan Sidi Ahmad al-Tijani, de stichter van de Tijaniyya-soefiorde. We bekijken het mausoleum en de moskee. Na deze tour namen we afscheid van Nassar. We hebben nog een flink stuk te rijden voor de boeg. Buiten de stad is links en rechts van de weg alleen maar zand te zien. Hoe bijzonder is het dat er dan toch nog relatief veel verkeer over deze weg rijdt. We passeren veel vrachtverkeer. Bij een benzinestation bevindt zich een klein restaurantje. Wanneer we binnenkomen zijn alle tafels bezet. Een man gebaart dat we bij hem kunnen aansluiten. Dit zijn echter niet voldoende stoelen. De eigenaar sommeert een andere man te verhuizen naar een andere tafel met zijn eten, zodat wij kunnen zitten.
Vooral doordat de eigenaar de bestelling door schreeuwt, komt alles chaotisch over. Er wordt een mand met stokbrood op tafel gezet. Een hele volle mand. Ook krijgen we ongevraagd soep geserveerd. We bestellen wat kip-spiesen, salade en pasta. Ook pakken we een fles fris uit de koelkast. Aan de muur hangt een afbeelding van een Nederlandse molen aan de Zaanse Schans. Wanneer we er een foto van maken, kijkt iedereen verbaasd naar de afbeelding. Waarschijnlijk was de afbeelding hen volledig ontgaan. Bij het afrekenen kost de gezamenlijke maaltijd nog geen duizend Dinar (vijf euro). Het is nog ruim drie uur rijden naar Ghardaïa. Ik ben blij dat ik niet hoef te rijden. Het rijden over de rechte weg tussen het zandlandschap door maak slaperig.
Ook zakt de zon steeds meer naarmate de middag vordert. We rijden er soms pal tegen in. Rond half zes rijden we Ghardaïa binnen. Een grote woestijnstad. Morgen gaan we de gefortificeerde historische steden bekijken, waar Ghardaïa er één van is. Het hotel ligt aan de rand van de stad op een heuvel. De naam Belverdere zegt al genoeg. Omdat de afstand naar het centrum te ver is om te lopen, besluiten we in het hotel te eten. Er is geen menu kaart. De ober heeft drie opties voor het voorgerecht en drie voor het hoofdgerecht. Wel alleen in het Frans. Met behulp van Google Translate en afbeeldingen begrijpen we het menu. Het eten is goed genoeg, maar het blijft verbazingwekkend dat bijna alle maaltijden in Algerije lauwwarm tot koud zijn. Ook nu is de patat koud en de kipschnitzel lauw.