
Home > Algerije > Door de woestijn van Algerije > Reisverslag dag 8
8-22 november 2025 (15 dagen)
Om zes uur loopt de wekker af. Ik neem een douche en pak mijn bagage in. Het ontbijtbuffet is al geopend. Om half acht komt Mustafa voor de laatste keer voorrijden bij het hotel. Hij rijdt ons naar de luchthaven van Ghardaïa. Het is niet druk op de luchthaven. Er vertrekken vandaag maar drie vluchten. Vlak voor het instappen moet iedereen zijn koffer aanwijzen. Dit geeft vertrouwen dat alle bagage meekomt. Wanneer we in het vliegtuig komen, blijkt het vrije stoelkeuze te zijn. Al snel heeft iedereen een plekje in het wat oude toestel. Het propellervliegtuigje stijgt op. Ik zie de woestijn onder mij. Even na half elf wordt de landing ingezet. We arriveren weer op Algiers airport. Dit voelt toch een beetje al thuiskomen. De bagage op band 3 laat op zich wachten. Plots verschijnt alle bagage op band 1. In de aankomsthal staat Riyad op ons te wachten. Hij is de gids voor vandaag in Algiers. Allereerst brengen we de bagage naar het hotel. Om in te checken zijn we nog te vroeg. Daarna stappen we uit bij het voormalige Ottomaanse fort aan de top van de kasbah (medina). In de zeventiende eeuw vielen de Spanjaarden Algiers aan. De Algerijnen riepen de hulp van de Ottomanen in. Dit leidde ertoe dat het huidige Algerije onderdeel werd van het grote Ottomaanse rijk.
Het land behield echter een status aparte. De Bey’s werden de heersers over de regio’s in Algerije. Eerder hebben we in Constantine het paleis van de Ahmed Bey bekeken. De Ottomanen bouwden een fort boven de stad Algiers. Binnen de muren was een paleis van de Bey, een moskee, een gastenverblijf en een kruitopslagplaats. Tijdens de Franse invasie kwam het fort in Franse handen. We bekijken enkele vertrekken, de moskee en de kruitopslag. De paleizen worden nog volop gerestaureerd. Buiten het fort begint de kasbah. Een stelsel van smalle straatjes gelegen tegen een berghelling. Doordat we bovenaan starten, kunnen we door de kasbah voornamelijk afdalen. Riyad gaat ons voor. Het is druk op straat. Het is zaterdag en dat betekent voor veel Algerijnen een vrije dag. Vooral vrouwen doen inkopen bij de kraampjes en winkeltjes. Wat een verschil met gisteren. Ook is het hier veel minder een probleem als er nog mensen op de foto staan. Vanaf een dakterras bij een café hebben we uitzicht over de kasbah, de boulevard en de haven. Riyad wijst op de verschillende moskeeën, het Martelarenplein en de Europese wijk. Van boven zien de huizen van de kasbah er rommelig en chaotisch uit. Wanneer we weer verder lopen, valt vooral de gezellig sfeer op straat op. Regelmatig zegt iemand gedag of informeert men waar we vandaan komen. In een restaurant bestellen we iets te eten.
Vis is hier zo dicht bij zee natuurlijk een specialiteit. Ik bestel garnalen in saus. Naast het restaurant bevindt zich het paleis van Mustapha Pasha. Het paleis is een van de best bewaarde Ottomaans-Algerijnse paleizen uit de 18e eeuw. Het werd gebouwd rond 1798 door Mustapha Pasha, een machtige Ottomaanse gouverneur. Vooral de binnenplaats is prachtig. In het paleis is tegenwoordig het museum van Manuscripten gevestigd. Dit heeft minder mijn belangstelling. Onderaan de oude wijk komen we op het Plein van de Martelaren. Algerijnen probeerden in de 19de eeuw de moskee te beschermen, die de Fransen wilden afbreken. De protesteerders werden vermoord en de moskee werd gesloopt. De kathedraal en theater die verschenen, dient nu als moskee. We wandelen langs de boulevard. De zon begint al te zakken. Bij het oude postkantoor nemen we de metro naar de botanische tuin. Deze tuin werd door de Fransen aangelegd. In het uitgestrekte park staan talrijke exotische bomen. Tegenover het park nemen we de kabelbaan naar het Martelaarsmonument. Het werd opgericht in 1982 ter herdenking van de Algerijnse strijd voor onafhankelijkheid tegen Frankrijk. Het monument bestaat uit drie enorme, sierlijk gebogen betonnen vlakken die samen een kroon vormen, met daaronder een eeuwige vlam en standbeelden van strijders. Onder het monument bevindt zich een museum over de gevoerde oorlogen en opstanden. Vooral de wreedheden van de Fransen wordt hier benadrukt. Wanneer we weer buiten komen, zijn de lampen bij het monument ontstoken. De kleuren van de Algerijnse vlag worden op het monument geprojecteerd.
Het is al zes uur geweest. Met het busje rijden we naar het hotel. Althans dat denken we. We rijden het hotel voorbij. Wanneer we informeren waar we heen gaan, verontschuldigt de gids zich. Hij zat niet op te letten. Op de andere rijbaan terug staat echter een flinke file. Uiteindelijk komen we bij het hotel. We checken in. De kamer heeft een tweepersoonsbed. We krijgen een andere kamer met twee losse bedden. ‘s Avonds gaan we eten in de omgeving. Er zijn niet veel restaurants. Een Aziatisch restaurant heeft noodles en shusi.